De Collectie Vertelt… over de Somersetshire

      
De Somersetshire kende vele identiteiten: passagiersschip, troepen-transportschip, hospitaalschip en emigrantenschip. In de laatste hoedanigheid bracht zij in 1951 ca. 560 Molukkers naar Nederland.

Dit motorschip was gebouwd in 1921 als passagiersboot voor rederij Bibby Line door de werf Harland & Wolff in Belfast (Noord-Ierland). Aanvankelijk werd zij gecharterd door de Britse Royal Mail Steam Packet Co. op de lijn van Engeland via Panama naar Vancouver, aan de Canadese westkust. In 1927 werd zij omgebouwd tot troepentransportschip met capaciteit voor 1.300 manschappen. Als zodanig voer zij doorlopend in charterdienst voor het Britse leger. Meestal vervoerde zij koloniale troepen, bijvoorbeeld voor het leger in China en Brits-Indië.

In september 1939, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, werd de Somersetshire gevorderd. De boot werd ingericht als hospitaalschip met zo'n 500 bedden. Zo was zij betrokken bij de evacuaties van Britse troepen uit Narvik (Noorwegen) in 1940 en uit Tobruk (Libië) in datzelfde jaar en in 1941. Later repatrieerde ze vanuit Noord-Afrika gewonde militairen naar Australië en Nieuw-Zeeland. In april 1942 werd de boot in de Middellandse Zee door een Duitse onderzeeboot getorpedeerd. Iedereen ging van boord. Maar tegen alle verwachting in hielden de waterkerende schotten. Een deel van de bemanning kwam terug en wist het schip voor herstel veilig in Alexandrië (Egypte) te krijgen. Tot in 1946 bleef de Somersetshire als hospitaalschip actief op de wereldzeeën. Begin 1948 ging ze uit legerdienst en keerde terug bij Bibby Line. Ze werd bij Harland & Wolff herbouwd als emigrantenschip voor 550 reizigers op de route naar Australië.

(MHM/coll. Worung)

Verschillende keren in 1950 en 1951 heeft de Somersetshire op de terugreis uit Adelaïde tussenstops op Java gemaakt om militairen naar Nederland te verschepen. Op 10 april 1951 verzorgde ze ook een van de transporten met Molukse militairen en hun gezinnen vanaf Surabaya. Zij werden ondergebracht in hutten voor 3 tot 6 personen. De medische staf bestond uit 12 personeelsleden onder wie twee Molukkers: analiste Manupassa en hulpverpleegster Apituley. Omdat er geen legerpredikant of aalmoezenier aan boord was, ging sergeant B. Pasalbessy voor in de zondagsdienst. Deze werd gehouden in de bioscoopzaal waar op doordeweekse dagen films vertoond werden.  Op 19 april arriveerde de Somersetshire in Colombo (Sri Lanka), op 27 april deed zij Aden (Egypte) aan en op 2 mei kwam Suez in zicht. Ondertussen was op maandag 30 april aan boord Koninginnedag gevierd met een extra kerkdienst, sport, films en lekkers voor de kinderen en bier of limonade voor de volwassenen. ‘s Avonds trad er een Ambonees muziekbandje op. Ook de rest van de reis ging voorspoedig. Tussen Port Said en Amsterdam zagen drie kinderen het levenslicht. Een meisje, Geronica Christina Patty, en twee jongetjes die de naam Gerard Melchisedek Lalin en Thomas Somersetshire Surewene kregen. Op woensdag 16 mei legde de Somersetshire aan aan de Javakade in Amsterdam.

In 1954 werd de Somersetshire in Groot-Brittannië gesloopt.

Bronnen:
De Aankomst
Artikel in Marinjo 2012, nr. 6, p. 18-19: “1951: de reis van de Somersetshire naar Nederland” door Jim Worung




Laatst bijgewerkt: 8 aug. 2016