De Collectie Vertelt… over de tweede reis van de Kota Inten


De Kota Inten was het eerste en het laatste ‘Ambonschip’. Hoe verliepen de inscheping en de reis van de laatste groep Molukkers die uit Indonesië vertrok?

Op 21 mei 1951 kwam de Kota Inten op terugreis uit Nieuw-Guinea aan in Tanjung Priok om de laatste groep Molukkers op te halen met bestemming Nederland. Op die dag kregen de kampcommandanten ‘met zeer veel spoed’ instructies voor de inscheping. Ruimbagage diende reeds de volgende dag aangeleverd te worden in de loodsen in de haven. De Kota Inten lag in haven 2 en de inscheping zou plaatsvinden door loods 9. Ook moest geregeld worden dat elke passagier een havenpas en een boordpas kreeg om toegang te krijgen tot het schip. Op de dagen van de embarkatie - 24 mei voor de KL-ers en 25 mei voor de Molukkers - was dit deel van de haven afgezet voor personen zonder deze passen. Elke passagier mocht twee colli (pakketten) draagbare bagage bij zich houden aan boord. Deze handbagage werd voor het vertrek uit het Subsistenten Bataljon Ambon te Jakarta ingenomen en apart aangeleverd langszij het schip. Als de bagage met een kraan op het schip gehesen zou worden, moest de betreffende passagier klaarstaan om het onmiddellijk in ontvangst te nemen. Behalve de genoemde boordpas moet elke passagier middels een vaccinatiebewijs kunnen laten zien dat hij ingeënt is tegen cholera, T.A.B. (tyfus) en pokken. Als de loopbruggen zijn ingenomen, mag de kade vrijgegeven worden voor ‘wegbrengers’ mits deze in het bezit zijn van een havenpas. Aldus de Havenautoriteiten. Volgens schema voer de Kota Inten om 16.00 uur weg van de kade.

Ondanks alle maatregelen, bleken er 9 verstekelingen aan boord te zijn en was er te veel bagage, schrijft de Commanderend Officier Troepen (COT), Luitenant Kolonel W.E.C. Detiger, in zijn reisrapport. Hij heeft oog voor het moeilijke afscheid:



Uit andere bronnen blijkt dat het feit dat dit het laatste transport zou zijn, voor veel onrust had gezorgd in het kamp in de periode voor het vertrek. Velen zagen het als een laatste kans om zichzelf in veiligheid te brengen. Sergeant-ziekenverpleger P. Hagenaar schrijft aan de RMS-leiders:
 

(A 005.0303_002)

Hij maakt zich zorgen over ca. 200 burgers die niet mee konden en wendt zich tot RMS-vertegenwoordiger J.P. Nikijuluw in Rotterdam die de zaak voorlegt aan mr. K. van Rijckevorsel. Deze antwoordt dat het geen zin heeft om tegen de Staat der Nederlanden een rechtszaak aan te spannen omdat “een zodanige uitspraak nimmer in het gebied der RI ten uitvoer kan worden gelegd, daar de Nederlandse Regering in geen enkele rechtsverhouding tot deze burgers staat.” (A 005.0303_003)

Dat er toch Molukse burgers aan boord waren gegaan, blijkt uit de sterktestaat van de COT. 143 Personen die uit Nieuw-Guinea kwamen, bleven aan boord en in Tanjung Priok waren er 949 bij gekomen. Onder hen 5 Molukse hulpverpleegsters en vanuit het Subsistenten Bataljon Ambon Djatinegara 130 Molukse militairen, 103 echtgenotes, 453 kinderen en 162 burgers. Onderweg stierven 2 kinderen en 2 volwassenen en werd er 1 kind geboren. Er kwamen 1089 mensen aan (849 Molukkers). En dus 9 verstekelingen.



Het was een “moeilijk en ingewikkeld transport” schrijft de COT. De ruimen waren erg vol omdat ook de achtergebleven ruimbagage van de Goya mee ging. Vooral de burgers bezorgen hem veel last omdat zij “meenden zich aan de militaire orde en tucht aan boord niet te behoeven te storen.” Sommige Molukse militairen waren ingedeeld bij de scheepspolitie die “haar taak naar behoren verrichtte.” De passagiers wasten hun eigen kleding. Voor ontspanning werd ook gezorgd: elke avond vonden er filmvoorstellingen plaats op het achterschip en twee maal per week gaf een Hawaiian band een uitvoering in de cafetaria. Zangeres en gitariste Spenk Samallo, destijds lid van de damesband Putri Maluku, is ook aan boord en treedt op voor de passagiers. Later wordt ze bekend als zangeres van Suara Maluku en maakt ze furore met The Yellow Birds.
Scheepscourant ‘Het Uitkijkertje’ verscheen en door de NIWIN, de Nationale Inspanning Welzijnsverzorging Indië, waren in Jakarta spelletjes en leesboeken geschonken. Na de warme dagen op de  Rode Zee werden kinderspelen en sportwedstrijden georganiseerd. “Het is anders moeilijk genoeg, om, waar geen enkele haven behalve Port Said aangedaan wordt, de stemming op peil te houden.”



Op 12 juni om 17.45 uur vertrok de Kota Inten vanuit Port Said voor het laatste deel van de reis. Op 18 juni om 14.00 uur passeerde het schip Gibraltar. En op 21 juni arriveerde dit laatste ‘Ambontransport’ in Rotterdam.

Bronnen:
Archief H.A. van der Meer (A 051): inschepingsbevel 21 mei 1951
Archief K. van Rijckevorsel (A 005)
Reisrapporten van W.E.C. Detiger
Tjengkeh 1980, nr. 5, p. 7: “De Yellow Birds als verbroedering” door Nina Wattimena

In deze serie werden de twaalf transporten uitgelicht waarmee Molukkers in 1951 naar Nederland kwamen. Bekijk ze allemaal.




Laatst bijgewerkt: 8 dec. 2016