Twaalf vaarten, twaalf verhalen: ‘Mijn vader erkende alleen het militaire gezag’


Aan boord van het schip New Australia zaten ze, de ouders van Eddy Marwa. Onvoorbereid op Nederland kwam het gezin aan in Amsterdam, op 29 april 1951. In de maanden maart tot en met juni van dat jaar zouden nog meer Molukse KNIL-militairen en schepelingen van de Koninklijke Marine met hun gezinnen aankomen voor een toen nog tijdelijk verblijf. 65 jaar later blikt Eddy Marwa (56) uit Winterswijk terug op de levensbepalende overtocht van zijn ouders.

Hanoch Marwa en Lentji Dingkol zagen zich genoodzaakt met hun kinderen aan boord van de boot te gaan voor een ‘tijdelijk’ verblijf in Nederland, vertelt Eddy Marwa: “De New Australia is voor mij een passagiersschip dat is ingezet om de Molukse KNIL-soldaten, buiten hun wil om, onder dienstbevel naar Nederland te brengen. Wat ik van mijn vader Hanoch Marwa weet, is dat zijn eerste ervaring met Nederland met het weer te maken had. Het was zonder meer koud, vertelde hij mij altijd. De meeste Molukkers waren niet voorbereid, laat staan gekleed op het klimaat in Nederland. Bij mijn moeder viel bij aankomst vooral het eten in Nederland op. Maar wat wisten onze ouders bij aankomst nou van de Hollandse keuken? Helemaal niets toch? Dit betekende dat zij met onbekende, Nederlandse groenten aan de slag moesten.”



Eddy Marwa kom uit een gezin van twaalf kinderen en is werkzaam in de detacheringsbranche. Als consultant wordt hij ingehuurd door gemeenten bij de afdeling Burgerzaken/Publiekszaken. In zijn vrije tijd is Eddy gitarist bij de band The Acoustic 4. Verder is hij voorzitter van de Winterswijks Molukse zaalvoetbalvereniging: FC Gonemo. Zijn KNIL-vader zat in de jaren vijftig bij de leiding van de PNMS, de Partai National Maluku Selatan, die tegen de invoering van de zelfzorgregeling in 1956 was. Tot die tijd verzorgde het Commissariaat van Ambonezenzorg, het CAZ, het dagelijkse levensonderhoud van de Molukkers die in woonoorden waren ondergebracht.

 
Hanoch Marwa (privébezit)

Ook zette Hanoch Marwa zich in voor de Ambonese ex-KNIL-militairen: de Army Men of Maluku, de AMA: “Mijn vader hield vast aan zijn rechten die voortvloeiden uit het dienstbevel. Hij erkende alleen het militaire gezag. Civiele politie kreeg bij hem geen voet aan de grond. Wanneer de militaire politie kwam, ontving hij hen in uniform. Voor zijn verzet is hij diverse malen opgepakt en gevangengezet. Hij heeft nooit toegegeven aan de politiek van de zelfzorgregeling. Mijn vader bleef bij het standpunt dat hij de KL-status, de status van de Koninklijke Landmacht, had als gevolg van het dienstbevel. Tot aan zijn dood heeft hij zich verzet tegen de Nederlandse regering. Wat bij mij pijn doet, is dat Molukkers bij hun onvrijwillige aankomst in Nederland werden opgevangen in aparte kampen. Bewust geïsoleerd om contact met de Nederlandse samenleving zoveel mogelijk te voorkomen.”

Eddy Marwa (privébezit). Woonoord Vosseveld (MHM)

Aanvankelijk was het verblijf van Molukkers van tijdelijke aard: “Ik ben zelf in kamp Vosseveld in Winterswijk geboren. Heb die isolatie aan den lijve ondervonden. Daarnaast heb ik ook de gedwongen integratiepolitiek van de Nederlandse regering van dichtbij meegemaakt. Op een gegeven moment moest kamp Vosseveld worden ontruimd. Molukse gezinnen werden gedwongen om verspreid in een Nederlandse woonwijk nieuwe woningen te betrekken.
Ik moet je zeggen dat de Nederlandse regering weliswaar erin geslaagd is om ons Molukkers ingeburgerd te krijgen, maar het leed en verdriet dat zij onze eerste generatie ouders heeft aangedaan zal en mag nooit vergeten worden. Ik kijk daarom met gemengde gevoelens terug op ‘65 jaar Molukkers’.”

 


Laatst bijgewerkt: 13 mei 2016