65 Jaar Molukkers in Nederland:

De aankomst


2016 wordt een bijzonder jaar voor de Molukse gemeenschap in Nederland, want dan is het 65 jaar geleden dat de eerste generatie Molukkers voet aan wal zette in de havens van Rotterdam en Amsterdam. Wij zullen in de Nieuwsbrief uitgebreid aandacht besteden aan dit jubileumjaar door u op te hoogte te houden van onze herdenkingsbijeenkomst op 2 april in Rotterdam en van allerlei andere activiteiten in het land. En in de serie De Collectie Vertelt… kunt u iedere maand van alles te weten komen over de verschillende schepen die de Molukkers naar Nederland vervoerden. Ook publiceren we steeds een interview met een ooggetuige of een nazaat van een ooggetuige van een bepaalde vaart, die in Rotterdam of Amsterdam aankwam.

Maar wat ging er vooraf aan de komst naar Nederland? Waarom kwamen Molukkers naar Nederland? We zetten hier de gebeurtenissen nog eens kort op een rij.

Dekolonisatie = demilitarisering
Met de dekolonisatie van Indonesië en de soevereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië op 27 december 1949, was het KNIL als koloniaal leger overbodig geworden. Plannen werden gemaakt om de Europese leden van het KNIL naar Nederland over te brengen en de ‘inheemse’ militairen, waaronder Molukkers, de demobiliseren. De opties die deze inheemse militairen hadden, waren: overgang naar het Indonesische leger of demilitarisering. Diegenen die demilitariseerden konden ter plekke afvloeien, dus op de plek waar zij waren gelegerd, of zij konden aanspraak doen op het recht om af te vloeien op een plek die zij zelf kozen.

Dit proces werd ‘de afwikkeling van het KNIL’ genoemd. Het was een ingewikkeld proces omdat het over een grote groep militairen ging (65.000 man) met verschillende wensen en die ook nog verspreid waren over een groot deel van de archipel. Complexer werd de afwikkeling door de politieke ontwikkelingen in de eerste maanden van 1950. Tegen de achtergrond van een proces waarin de Verenigde Staten van Indonesië werden omgevormd naar de Eenheidsstaat Indonesië, kwamen politieke bewegingen op tegen die eenheidsstaat waarin Molukkers (en Molukse militairen) een rol speelden. Dat was het geval bij de mislukte poging van kapitein Westerling om in Bandung en Jakarta de macht over te nemen en bij de poging van kapitein Andi Azis in Makassar in maart om te voorkomen dat de deelstaat Oost-Indonesië zichzelf ophief. Tenslotte was dat het geval bij de proclamatie van de Vrije Republiek der Zuid-Molukken, de RMS, in april.

De Molukse militairen die toen nog niet uit het KNIL waren gedemobiliseerd, kwamen in de knel te zitten. Er was een deel dat oorspronkelijk had gekozen over te willen gaan naar het Indonesische leger, maar velen van hen zagen van die keuze af omdat zij zich achter de RMS schaarden. Degenen die al hadden gekozen voor opzending naar de Molukken en daar vanwege de RMS-proclamatie extra gemotiveerd voor waren, kwamen knijp te zitten omdat zowel de Nederlandse als de Indonesische overheid geen Molukse militairen meer naar de Molukken wilde laten gaan.

Op 26 juli 1950 werd het KNIL officieel opgeheven. Er waren toen nog 16.750 militairen in dienst van het KNIL. Om zeggenschap over deze manschappen te houden, kregen zij tijdelijk de status van de Koninklijke Landmacht. Vanwege de ontwikkelingen in Oost-Indonesië bleef de afvloeiing van met name de Molukse (ex-)KNIL-militairen een probleem. In oktober 1950 waren nog 3.750 van hen in afwachting om op de Molukken te worden gedemobiliseerd. Zij waren bij elkaar gebracht in kazernes op Java.

Waarheen?
De discussie over de bestemming van de Molukse militairen en hun gezinnen begon rond de jaarwisseling 1950-1951 echt goed. De druk op de Nederlandse regering om snel een oplossing te vinden, nam toe omdat met Indonesië was afgesproken dat per 1 januari 1951 alle Nederlandse militairen Indonesië verlaten moesten hebben. Aangezien deze militairen nodig waren voor de bewaking van de kazernes waarin de Molukse militairen gelegerd waren, werd (onder druk) overeengekomen dat Nederlandse militairen tot uiterlijk juli mochten blijven. De manoeuvreerruimte van de Nederlandse regering was verder afgenomen nadat de delegatie Aponno, die in augustus naar Nederland was vertrokken, een kort geding tegen de Nederlandse staat had aangespannen. De uitkomst daarvan was dat de Nederlandse regering de Molukse militairen niet mocht laten afvloeien op een plaats tegen hun keuze. In feite hadden de Molukse militairen daarmee de troefkaart in handen wat betreft hun bestemming. Zij wilden naar Ambon of anders naar Nederlands Nieuw-Guinea vlakbij de Molukken, dat op dat moment nog een Nederlandse kolonie was.

Toch pakte het anders uit. Terwijl er op Java onderhandeld werd met de Molukse militairen over demobilisatie, bevestigde het Gerechtshof in januari de uitspraak van het eerdere kort geding. Daarmee werd een streep door de rekening gehaald en concludeerde Nederlandse regering dat zij de Molukse militairen echt niet tegen hun wil in op Java kon demobiliseren. Nederlands Nieuw- Guinea als bestemming viel weg onder andere omdat de Gouverneur daar de Molukse militairen niet wilde hebben uit angst voor problemen. Verschillende andere bestemmingen werden geopperd en soms serieus bekeken: zoals Malakka, Venezuela, Suriname, Belgisch Congo en zelfs opname in het Franse vreemdelingenlegioen. Geen van deze bestemmingen bood echter perspectief op succes.

Vertrek van de Kota Inten uit Surabaya, 20 feb. 1951


Naar Nederland

De uitweg werd gezocht in het onder druk zetten van de Molukse militairen. In februari 1951 kregen ze drie opties voorgelegd: overgang naar het Indonesische leger, afvloeiing ter plaatse (op Java dus) of tijdelijke opzending naar Nederland. En, werd eraan toegevoegd, als de militairen niet zouden kiezen, zouden ze het bevel krijgen om scheep te gaan naar Nederland. Geen van de keuzes had de voorkeur van de Molukse militairen. De druk om te kiezen werd opgevoerd door aan de delegatie Aponno, die nog in Nederland zat, per deurwaardersexploot te laten weten dat als er niet gekozen werd, er een dienstbevel zou volgen.

Een mengeling van factoren en acties bracht de groep Molukse militairen en hun gezinnen uiteindelijk naar de transportschepen richting Nederland. Lokale Nederlandse commandanten gaven mondeling bevel dat men naar Nederland moest vertrekken, in zeker twee gevallen werd ook een officieel schriftelijk bevel tot inscheping richting Nederland gegeven. Ook zijn er bewijzen dat de delegatie Aponno met klem adviseerde om naar Nederland te vertrekken.

Toen ging het snel, want al op 20 februari 1951 vertrok de Kota Inten uit Surabaya naar Rotterdam, waar zij op 21 maart aankwam. De Kota Inten verzorgde ook het laatste en twaalfde transport dat vertrok op 25 mei vanuit Jakarta en op 21 juni aankwam in Rotterdam. Met de komst naar Nederland was gekozen voor, wat de toenmalige minister van Oorlog, ’s Jacobs had genoemd: de slechts mogelijke oplossing.

Met de transporten kwamen niet alleen de ex-KNIL-militairen en hun gezinnen naar Nederland. Er kwam ook een kleine groep Molukkers die diende bij de Marine, een groepje burgers en verstekelingen. Ook kwam een groep zogenaamde veiliggestelden, dat waren Molukkers die als gevolg van hun werk voor de inlichtingen of de commando’s in Indonesië moesten vrezen voor hun leven.

De Molukse bevolkingsgroep in Nederland in 1951 was als volgt samengesteld: 

Bron: 'In Nederland gebleven', pg 76


Meer weten?

Naast achtergrondinformatie en foto’s over de geschiedenis van Molukkers in Nederland op onze website, heeft Stichting MHM het Molukse Verhaal ook met andere erfgoedinstellingen gedeeld en toegankelijk gemaakt.




Fotocollectie
In de collectie van Stichting Moluks Historisch Museum kunt u o.a. foto’s van de overtocht en aankomst bekijken.



De Aankomst
Op deze site die stg. MHM in samenwerking met het Nationaal Archief heeft opgezet zijn de gegevens te vinden van de eerste generatie Molukkers (en hun kinderen) die in de periode 1950-1962 naar Nederland kwam. De site bevat tevens uitgebreide historische achtergrondinformatie.




Geheugen van Nederland - Drie generaties Molukkers in Nederland

De Koninklijke Bibliotheek heeft de beeldcollecties van vele culturele instellingen toegankelijk gemaakt waaronder die van stg MHM. Bij de fotocollectie is de digitale lessenserie ‘Drie generaties Molukkers in Nederland’ ontwikkeld, geschikt voor kinderen vanaf 10 jaar.




Vijf eeuwen migratie
Informatie over de geschiedenis van nieuwkomers in Nederland vanaf 1580 tot heden. Via deze site zijn foto’s uit de MHM-collectie te zien.



Vensters op de Molukse geschiedenis
Een website van het LSEM over de Molukse geschiedenis van 1450-1950.

       
 
Laatst bijgewerkt: 12 jan. 2016