Kent u Hatta en De Kom?

Column van Fridus Steijlen

“Wat is de betekenis van de verhalen van Mohammed Hatta en Anton de Kom voor de Indische en Molukse gemeenschap in Nederland?”, vroeg presentator Lara Nuberg mij tijdens het nagesprek na de voorstelling ‘Hatta & De Kom’. Dat was in het Bijlmer Parktheater tijdens de vrijheidsmaaltijd op 5 mei, georganiseerd door Stichting Nusantara en MHM. In de voorstelling had theatergezelschap Sir Duke een ontmoeting verbeeld tussen de Indonesiër Mohammed Hatta en de Surinamer Anton de Kom. Zij verbleven toevallig beiden in de jaren twintig in Nederland, Hatta als student in Rotterdam en De Kom in Den Haag. Beiden waren bezig met de onafhankelijkheidsstrijd van hun respectievelijke landen.

(bron: www.orkater.nl)

Hatta was actief in de Indonesische studentenvereniging en stond een non-coöperatieve opstelling ten opzichte van de Nederlanders voor. Na terugkeer in Indonesië (toen nog gekoloniseerd als Nederlands-Indië) werd hij vanwege politieke activiteiten naar achtereenvolgens Boven Digoel en Banda verbannen. In 1945 proclameerde hij samen met Soekarno op 17 augustus de onafhankelijke Republik Indonesia. De Kom op zijn beurt was in Nederland om zich autodidactisch te scholen. Ook hij vertrok weer naar huis, naar Suriname waar hij in 1933 aankomt. Politieke activiteiten leverden ook hem een verbanning op: na enkele maanden werd hij naar Nederland verbannen. Als de Duitsers Nederland binnenvallen wordt hij actief in het verzet. Nadat hij in 1944 wordt gepakt, verdwijnt hij in concentratiekampen en overlijdt vlak voor de bevrijding aan tuberculose in kamp Sandborstel.

Maar terug naar de vraag. Het simpelste antwoord op de vraag is dat heel lang het verhaal van Hatta – de Indonesische held in het theater – niet relevant was voor zowel de Indische als de Molukse gemeenschap. Hatta’s verhaal stond voor de ontwikkeling van de Indonesische nationalistische beweging. Hij proclameerde samen met Soekarno de Indonesische onafhankelijkheid. En was daarmee verantwoordelijk voor het vertrek naar Nederland van de Molukse KNIL-militairen die de RMS steunden. Anders geformuleerd: Molukkers en Indische Nederlanders hadden een broertje dood aan Hatta.

Eind jaren zeventig begon dat onder Molukkers te veranderen, nog niet onder Indische Nederlanders. Molukse jongeren waren hun geschiedenis gaan bestuderen en ontdekten dat er Molukkers waren die voor een onafhankelijk Indonesië waren. Dat waren onder andere mensen als A.J. Patty die het Molukse deel van de Indonesische nationalistische beweging, de Sarekat Ambon, organiseerde. In de jaren tachtig werkten progressieve Molukse jongeren in bewegingen samen vanuit de inspiratie van A.J. Patty. Hun tijdschrift heette ‘Haluan’, naar de titel van Patty’s tijdschrift. Die jongerenorganisaties waren het Moluks Scholings Kollektief (MSK), de Gerakan Daerah Amsterdam (beweging uit Amsterdam) en de Pemuda 20 Mai (de 20 mei jongeren).

Met name die laatste organisatie was vroeg in het bestuderen van de Indonesische nationalistische beweging. De datum 20 mei was, naast een verwijzing naar het uitroepen van een onafhankelijk Oost-Timor door het Fretilin in 1975, ook een verwijzing naar de oprichting in 1908 van de Boedi Oetomo. Boedi Oetomo, ofwel ‘het schone streven’, streefde naar verbetering van onderwijs en politieke invloed en kan worden gezien als het begin van de nationalistische beweging in Indonesië.

In dezelfde periode – eind jaren zeventig, begin jaren tachtig – raakten kleine groepjes Molukse jongeren ook bekend met Anton de Kom. Jongeren die indertijd wilden gaan werken in het welzijnswerk moesten naar de sociale academie. Omdat van veel van hen de vooropleiding te laag was moesten zij toelatingsexamen doen. Ik was betrokken bij de voorbereiding op dat toelatingsexamen van een groepje jongeren. Een van de vakken was geschiedenis. Omdat ze geen zin hadden in een algemeen Nederlands geschiedenisboekje stelden ze voor het boek ‘Wij slaven van Suriname’ van Anton de Kom te bestuderen. Voor mij was dit uiteraard ook een mooie en intensieve kennismaking met Anton de Kom. Het voorstel om De Koms boek te gebruiken had alles te maken met het gebrek aan aandacht voor de geschiedenis van de koloniën en postkoloniale migranten in de Nederlandse geschiedenisboekjes. Zij herkenden zich daar niet in, wel in een boek als dat van Anton de Kom.

Dat waren toen de eerste Molukse stappen in de richting van het insluiten van de Indonesische nationalistische beweging als deel van de eigen geschiedenis en als inspiratiebron. Het theater ‘Hatta & De Kom’ verdient het om op veel meer plekken te worden gespeeld. En hopelijk inspireert het niet alleen Molukkers en Indische Nederlanders, maar ook alle andere inwoners van Nederland om zich te verdiepen in deze twee historische figuren en vooral waar ze voor stonden.

In deze nieuwsbrief ook een fotoverslag van de vrijheidsmaaltijd op 5 mei in het Bijlmerparktheater.





 
Laatst bijgewerkt: 12 mei 2019