28 Molukse verzetsstrijders


Ieder jaar zijn ze er weer. De Molukkers die op 15 augustus in alle vroegte per bus vanuit de Molukse wijk in Lunteren koers zetten richting het Indisch Monument in Den Haag. Om te herdenken dat in 1945 het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog plaatsvond. Minggus Latul en zijn zus Ietje Gerrits-Latul hebben veel om te herdenken. Hun gedachten gaan uit naar hun vader Elsama Latul, oom Ama. Hij hoorde bij een groep van 28 KNIL-militairen die in 1944 uit Japanse krijgsgevangenschap ontsnapten.

Oom Ama Latul was tijdens de Tweede Wereldoorlog militair in het KNIL en vocht aan de zijde van Nederland tegen de Japanners. Tijdens een van die gevechten werd hij gevangengenomen en als dwangarbeider aan de Birma-Siam Spoorweg te werk gesteld. Tijdens een bombardement van de geallieerden wist hij samen met 27 andere gevangengenomen Molukse militairen, in november 1944, te ontsnappen uit het werkkamp bij Bangkok. Vanwege hun huidskleur vielen de mannen niet op onder de Thaise bevolking en wisten ze zo’n acht maanden lang onder te duiken. Oom Ama Latul werd als ‘nieuw’ gezinslid toegevoegd aan een Thais gezin.
Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 meldden deze mannen zich weer bij hun compagnie en kwamen in een nieuwe oorlog terecht, de onafhankelijkheidsoorlog. Want Indonesië had zich op 17 augustus onafhankelijk verklaard. Oom Ama bleef ook ditmaal trouw aan de Nederlandse vlag.
Zoals bekend werden Molukse militairen in 1951 voor een ‘tijdelijk verblijf’ naar Nederland gebracht omdat ze niet in een onafhankelijk Indonesië konden blijven. Ze werden toen ook uit dienst ontslagen. “Nooit sprak vader over de periode in Japanse krijgsgevangenschap. Ook niet over de oorlog daarna”, zegt Minggus Latul terwijl hij een krantenknipsel laat zien. “Dit is in 1983. Toen kreeg mijn vader eindelijk het verzetsherdenkingskruis uitgereikt door de burgemeester van Ede. Anderen uit zijn groep kregen de onderscheiding toen ook.” De avond voor de overhandiging van de onderscheiding riep hij de kinderen bij zich om toen eindelijk het verhaal te vertellen. Tante Ietje begrijpt waarom vader niet sprak over die tijd: “Hij nam de kinderen, maar ook oma in bescherming door ze niet over de gruwelijkheden van de oorlog te vertellen. Ik kan me herinneren dat oma tijdens de oorlog het avondrood vergeleek met het bloedvergieten van de oorlog waarin haar kinderen zaten.” 



Waarom de erkenning zo lang duurde is voor Minggus en zijn zus Ietje een raadsel: “Misschien komt het omdat ze niet als dwangarbeiders waren geregistreerd. Terwijl ik hier een brief heb van generaal Spoor zelf, uit 1946, waarin hij schrijft dat hij eerbied en grote waardering heeft voor de wijze waarop deze mannen de krijgsgevangenschap hebben doorstaan. Ook spreekt hij grote waardering uit voor hun trouw aan Nederland. Pas vele decennia later werd voor de Nederlandse overheid duidelijk dat ook deze voormalige militairen een onderscheiding verdienden. Maar dit hebben we zelf aanhangig moeten maken.”


Voor Minggus en zijn zus is 15 augustus een belangrijke datum om te herdenken. Niet alleen herdenken ze hun vader maar ook de 27 andere militairen. Meer informatie

Op 15 augustus kunt u ook bij de herdenking in Den Haag zijn: www.indieherdenking.nl



Laatst bijgewerkt: 4 aug. 2017