2015: terugkijken op veranderende verhoudingen in de wereld


2015 is wat zo mooi heet een kroonjaar. Zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog en zeventig jaar na de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië, vijfenzestig jaar sinds de proclamatie van de RMS, veertig jaar onafhankelijkheid van Suriname en vijf jaar sinds de Nederlandse Antillen ophielden te bestaan.

Het zijn bijna te veel historische feiten om op te noemen. In 2015 zal er veel worden teruggekeken en herdacht. Maar wat gebeurde er in 1970 en 1975, waarom en met welke gevolgen? Hoe wordt aan die gebeurtenissen teruggedacht, welke worden vergeten? Om het kroonjaar van een achtergrond te voorzien zetten we, in een serie van drie artikelen, de belangrijkste historische gebeurtenissen nog eens kort op een rij. In deel 1 en 2 waren dat 1945 en 1950. In dit laatste deel gaat het om twee jaren: 1970 en 1975. En ze hebben meer met elkaar te maken dan de meeste mensen weten.

1970 (vijfenveertig jaar)
Commissariaat Ambonezenzorg
Op de eerste dag van het jaar, op 1 januari, werd het Commissariaat Ambonezenzorg, het CAZ opgeheven. Het CAZ was vrijwel vanaf het eerste begin verantwoordelijk voor de Molukkers in Nederland. De taken van het Commissariaat Ambonezenzorg werden overgedragen aan de afdeling Molukkers van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM). Dankzij de afdeling Molukkers bleef weliswaar speciale aandacht voor Molukkers bestaan, maar aan de directe ‘Rijkszorg’ voor Molukkers kwam met de opheffing van het CAZ een einde.

Actievoerders 'Wassenaar' bij de arrestantenwagen
 
Molukse delegatie bij premier De Jong
 
Actie Wassenaar
In het voorjaar 1970 werd aangekondigd dat de toenmalige president van Indonesië, generaal Suharto, van 1 tot 4 september een staatsbezoek aan Nederland zou brengen. Onder Molukse jongeren was toen al een proces van radicalisering op gang gekomen, waarbij zij zich lieten inspireren door verschillende bevrijdingsbewegingen elders in de wereld. Zodra bekend werd dat Suharto zou komen, maakten Molukse jongeren plannen om hem een ‘warm welkom’ te heten. Jongeren uit indertijd tegenover elkaar staande politieke stromingen (aanhangers van ir. Manusama en die van generaal Tamaela) besloten samen met onafhankelijke jongeren de handen ineen te slaan. Zodra de leiders van de ordediensten van Manusama en Tamaela van de plannen horen nemen zij het voortouw. Op 31 augustus komen ze in actie. 33 Molukse actievoerders vallen de residentie van de Indonesische Ambassadeur in Wassenaar binnen. Daarbij komt een politieagent om het leven. Bij toeval ontsnapt de ambassadeur. De actievoerders geven zich ’s avonds over nadat een gesprek tussen de Nederlandse regering en Molukse politieke leider Manusama was toegezegd. Dat gesprek vond plaats op 7 oktober, zonder dat dit veel opleverde.
In meerdere opzichten vormen 1970 en de ‘actie Wassenaar’ een sleutelmoment voor gebeurtenissen in 1975. Om te beginnen wat betreft de verdere radicalisering. Op 31 augustus werd alleen de residentie van de Indonesische ambassadeur bezet. De bedoeling was om nog twee objecten te bezetten. Deze acties worden op het laatst stopgezet, wat tot onvrede onder de jongeren leidde. Ten tweede hadden de Nederlandse autoriteiten de radicale actie niet zien aankomen en realiseerden zij zich met een schok dat ze iets moesten doen aan de verbetering, ‘normalisatie’ heette dat in beleidstermen, van de relatie tussen Molukkers en de Nederlandse samenleving, maar ook tussen Molukkers en Indonesië. Het bezoek van president Suharto ging overigens wel door, maar werd vanwege de gebeurtenissen ingekort.

1975 (veertig jaar)
Gijzelingen: acties en plannen
1975 is in vele opzichten een bewogen jaar. Het meest in het oog springende waren de gijzelingsacties in december. Op 2 december trekken Molukse jongeren aan de noodrem in een trein bij het dorpje Wijster waarmee zij een gijzelingsactie inzetten. De actie duurt 12 dagen waarbij drie gijzelaars om het leven komen. Twee dagen na de treinkaping, op 4 december, valt een tweede groep Molukse jongeren het Indonesische consulaat te Amsterdam binnen, als een ondersteunende actie voor de treinkaping. Bij deze actie valt één dode. In hun verklaringen voor de actie refereerden de actievoerders aan een uitspraak van Koningin Juliana over het recht van een volk op zelfbeschikking, die zij kort daarvoor had gedaan toen Suriname op 25 november onafhankelijkheid werd.
De relatie tussen deze acties en de ‘actie Wassenaar’ was dat de actievoerders uit 1975 zich hadden geformeerd rond een aantal mensen dat in 1970 op weg was om op een andere plaats in actie te komen. Deze actie werd op het laatste moment afgeblazen. Bovendien vonden zij dat de gesprekken na de ‘actie Wassenaar’ weinig hadden opgeleverd. Zowel de actievoerders in Wijster als in Amsterdam gaven zich over aan Molukse leiders. De gijzelingsacties in december waren niet de enige uitingen van geradicaliseerde Molukse jongeren in 1975. Eerder al was in maart en april een grote groep van 37 Molukse jongeren gearresteerd omdat zij betrokken zouden zijn bij een plan om koningin Juliana te gijzelen.

Repatrianten arriveren in Jakarta

Akkoord van Wassenaar

Tot zover de momenten waaraan we in dit Kroonjaar herinnerd zullen worden. Maar er was meer. De schok van de ‘actie Wassenaar’ had de Nederlandse regering ertoe aangezet om met de Indonesische overheid te gaan overleggen over hoe de relatie tussen Molukkers in Nederland en Indonesië kon worden ‘genormaliseerd’. Ook al was de Indonesische overheid van mening dat het eigenlijk een Nederlands probleem was, wilde zij Nederland wel helpen. Bijvoorbeeld door afspraken te maken over collectieve bezoeken aan Indonesië door stateloze Molukkers en repatriëringsmogelijkheden voor gepensioneerde Molukkers (eerst met Indonesische nationaliteit en later ook anderen). Deze afspraken werden in augustus 1975 vastgelegd in het zogenaamde Akkoord van Wassenaar. Er kwamen Joint Comités (in Nederland en Indonesië) om de afspraken uit te voeren. Mede dankzij dit Akkoord van Wassenaar kwam de (bescheiden) repatriëring van Molukkers weer op gang. Deze was eind jaren zestig stopgezet. De mensen die in het kader van het Akkoord repatrieerden kregen faciliteiten van de Nederlandse overheid en mochten bovendien hun pensioen en AOW meenemen. Ook werd het steeds makkelijker voor Molukkers om Indonesië en de Molukken te bezoeken.

Inspraakorgaan uitgesteld
Een ander moment dat waarschijnlijk niet door iedereen wordt herinnerd, maar wel van cruciaal belang was, was de oprichting van een inspraakorgaan over Moluks beleid en dat zou bestaan uit louter Molukkers. Dit was een oude wens van de Molukse gemeenschap omdat de overheid zich altijd door commissies liet adviseren waarin Nederlanders een sterke zo niet de enige stem hadden. In 1970, het jaar van de ‘actie Wassenaar’, hadden Molukse leiders andermaal aangedrongen op een adviesraad voor en door Molukkers. Overleg tussen Molukse organisaties en het ministerie van CRM leidde tot een pre-constituerende vergadering op 4 augustus 1974 waarvoor twaalf Molukse organisaties waren uitgenodigd. Een belangrijke drempel die nog genomen moest worden was de zetelverdeling. De Zuidoost Molukse KRPPT (Kepentingan Rajat Pulau Pulau Terselatan/Belangenvereniging van de bewoners van de zuidelijkste eilanden) eiste tien zetels voor Zuidoost Molukkers en tien voor de anderen. Dit was voor de andere betrokkenen, zowel ambtenaren als Molukse organisaties, overvragen. Omdat de KRPPT niet wilde toegeven kwamen het ministerie en de andere Molukse organisaties in november 1975 overeen om het ‘Inspraakorgaan Molukkers’ alvast te installeren en een plaats voor Zuidoost Molukkers in het bestuur open te houden. De gijzelingsacties van december zorgden ervoor dat die installatie niet meer in 1975 kon plaatsvinden. De officiële installatie werd uitgesteld tot 25 februari 1976.

In het kroonjaar zal de aandacht vooral uitgaan naar de acties door Molukse jongeren. De bewegingen op de achtergrond, de beleidswijzingen die met name de ‘actie Wassenaar’ tot gevolg had wat bijvoorbeeld resulteerde in het ‘Akkoord van Wassenaar’, zullen minder aandacht krijgen, maar waren voor de Molukse geschiedenis in Nederland niet minder belangrijk.