Rapport De Punt maakt hooggespannen verwachtingen niet waar


Afgelopen maand verscheen het lang verwachte en misschien ook wel gevreesde rapport over ‘De Punt’. De eerste reacties op het rapport over de beëindiging van de kaping in 1977 waren doorspekt met teleurstelling: een zwak rapport, niet to the point want het was slechts een archiefonderzoek en bovendien uitgevoerd door ambtenaren. De cruciale vraag is hoe je het rapport moet lezen. Is het slecht omdat het van de hand van ambtenaren is? Of breder geformuleerd: waarom geeft het geen antwoord op vragen die binnen de Molukse gemeenschap leven?

 

Het verslag van een archiefonderzoek over de afloop bij De Punt is geen breed onafhankelijk onderzoek naar de beëindiging van die kaping in 1977 zoals velen hadden verwacht. Dat komt omdat het is geschreven als basis voor de beantwoording van de Kamervragen naar aanleiding van het onderzoek ‘Air Mata Kebenaran’ van Beckers en Ririmasse. Zoals gebruikelijk bij de beantwoording van Kamervragen krijgen ambtenaren opdracht van een of meerdere bewindspersonen om de antwoorden voor te bereiden. Dat is in dit geval ook gebeurd: een ambtelijke werkgroep werd aan het werk gezet. De regering realiseerde zich dat het onderwerp behoorlijk gevoelig lag en dat het niet kon volstaan met sec de beantwoording van de Kamervragen. De ambtelijke werkgroep kreeg daarom de opdracht om een ‘samenhangend beeld’ van de gebeurtenissen te geven. Indertijd genomen beslissingen en het scala aan gebeurtenissen dienden van een context te worden voorzien. Daarvoor kregen ze de mogelijkheid om allerlei specialisten te raadplegen (forensische experts, juristen, militair historici etc.). Bovendien benoemden de ministers een commissie van externe deskundigen - een jurist, een historicus en een militair – om te waken over de volledigheid en de zorgvuldigheid van het archiefonderzoek.

Wat betekent deze verbreding van de opdracht en de aanstelling van de externe deskundigen voor het onderzoek? Het veranderde weinig aan de primaire opdracht en het karakter van het onderzoek: die zijn namelijk gericht op de beantwoording van de Kamervragen. Het werd daarmee geen onafhankelijk of breed onderzoek, maar bleef binnen de bandbreedte van het politieke debat zoals dat in de Tweede Kamer wordt gevoerd. Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat er geen kritische vragen werden gesteld over de geweldsinstructie die in 1977 werd gegeven. In het onderzoek was deze bij wijze van spreken een ‘gegeven’. Een onafhankelijk onderzoek zou de geweldsinstructie problematiseren en kritisch kijken naar de achtergrond en het effect van de geweldsinstructie. Ook zou in een onafhankelijk onderzoek gekeken worden naar de ervaringen tijdens de oefening van de bestorming: was het toen al niet duidelijk dat de gijzelnemers zeer weinig kans hadden te overleven?

Een ander gevolg is dat in het rapport – in bepaalde passages - tussenzinnen zijn opgenomen die de lezer moeten overtuigen dat de handelingen van de overheid en de overheidsdienaren onder de gegeven omstandigheden begrijpelijk en/of logisch waren. Bijvoorbeeld dat de mariniers in een ‘fractie van een seconde’ beslissingen moesten nemen. Dat klinkt bij voorbaat vergoelijkend. Omdat het onderzoek binnen de gegeven politieke kaders plaatsvond, werd evenmin kritisch gekeken naar de terminologie die de regering gebruikte in haar verklaringen over de gebeurtenissen. Een kritisch onderzoeker zou zeker een vraag stellen over het ‘compartimenteren’ als manier om te voorkomen dat de gijzelnemers zich onder de gijzelaars mengden. Deze voorstelling van zaken suggereert namelijk een muur van kogels tussen de gijzelnemers en gijzelaars, maar geen intensief beschieten van treindelen waar de gijzelnemers zitten.

Het rapport over de beëindiging van de gijzeling bij De Punt is dus niet meer en niet minder dan een ambtelijk rapport voor de regering om de gestelde Kamervragen te beantwoorden. Zo moet het gelezen en beoordeeld worden. Betekent dit dat de teleurstelling over het rapport dan onterecht is? Nee, dat betekent het niet. Sterker nog, de manier waarop de regering het rapport heeft gepitcht heeft in hoge mate bijgedragen aan die teleurstelling. De verbreding van de oorspronkelijke opdracht, waardoor een compleet verhaal zou worden samengesteld inclusief een context én de instelling van een commissie met externe deskundigen, hebben op zijn minst de verwachting gewekt dat er een breed onafhankelijk onderzoek zou komen. Ook de uitnodiging van de betrokken ministers aan o.a. de voormalige gijzelaars, de nabestaanden en de Molukse gemeenschap om geïnformeerd te worden over het rapport, voordat de Kamer er zich erover zou buigen, heeft die verwachting gevoed.
De bandbreedte van het onderzoek bleef echter beperkt tot de beantwoording van de Kamervragen en bood geen ruimte voor kritisch onderzoek naar de dramatische gebeurtenissen in de lente van 1977.
 
Het rapport is te downloaden op de site van de Rijksoverheid


Uit het rapport: Schematische weergave van de opstellingen van de precisieschutters rond de trein. 

Uit het rapport: Positie van Hansina Uktolseja.