15 Augustus, waaraan ik denk?

Column van Fridus Steijlen

De ‘Indiëherdenking’, zo wordt de herdenking op 15 augustus bij het Indisch monument in Den Haag genoemd. Ik ben er vaker geweest en heb er wel over geschreven. Maar ik moet toch steeds weer wennen aan die benaming ‘Indiëherdenking’. Het gaat voor mij namelijk om veel meer en het heeft eigenlijk niet alleen met Indië te maken. Op 15 augustus kwam met de capitulatie van Japan een einde aan de Tweede Wereldoorlog en dus ook aan de oorlog in het Koninkrijk der Nederlanden. Als we op 5 mei de bevrijding vieren dan vieren we een bevrijding van slechts een deel van het Koninkrijk, want Nederlands-Indië was immers nog bezet.
Lange tijd stond men niet stil bij het einde van de oorlog in de Pacific, tenminste niet op 15 augustus. Dat gebeurde voor de eerste keer in 1970 onder het motto ‘Eénmaal! Voor de eerste maal, voor de laatste maal’. Ir. G. Vrijburg, die in Indië in het verzet had gezeten, was daarvan de initiatiefnemer. Omdat het 25 jaar na de oorlog was vond hij dat er één keer een aparte herdenking voor Indië moest plaatsvinden. Daarna zouden alle gevallenen in de Pacific (ook  krijgsgevangenen van de Birmaspoorweg, gevallenen in Japan, slachtoffers tijdens de zeetransporten etc.) het beste samen met anderen op 4 mei herdacht kunnen worden, en de bevrijding tegelijk met Nederland op 5 mei.
Tien jaar later was hij van mening veranderd. Er werd opnieuw een aparte Indiëherdenking gehouden, ditmaal in Utrecht. Sindsdien wordt het einde van de oorlog in de Pacific ieder jaar in Den Haag herdacht en vanaf 1988 bij het Indisch monument. Iedere vijf jaar is het staatshoofd aanwezig. Dat het staatshoofd niet elke keer aanwezig is, is voor sommigen een doorn in het oog en geeft het gevoel dat de Indiëherdenking, dus de herdenking van het echte einde van de oorlog in het Koninkrijk, minder belangrijk is dan de herdenking op 4 mei waar het staatshoofd wel altijd acte de présence geeft.


Indisch monument te Den Haag (Bron: www.indieherdenking.nl)

De herdenking op 15 augustus moet zich niet alleen verhouden tot de herdenkingen in mei, maar ook tot de herinnering aan de Nederlandse militairen die na 1945 naar Indonesië werden gestuurd om de koloniale macht te herstellen. Het moet zich ook verhouden tot de burgerslachtoffers die na de Japanse capitulatie tijdens de Bersiap en daarna vielen. De militairen, ook die van het KNIL, worden herdacht bij het Nationaal Indië monument 1945-1962 in Roermond, dat ook in 1988 werd opgericht en even concurreerde met dat in Den Haag voor de erkenning van ‘het’ Indiëmonument. De burgerslachtoffers hebben in Roermond ook een plekje, maar werden lang wat verzwegen in Den Haag. Daar moest het vooral gaan over de slachtoffers van de Japanse bezetting opdat ook vertegenwoordigers van de Indonesische regering aan de herdenking konden meedoen. Tegenwoordig is de Indiëherdenking gelukkig al minder ‘politiek correct’.
Wat mij betreft zou het nationale moment van bezinning in augustus om te beginnen moeten gaan over de herinnering aan álle slachtoffers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië vielen. Dus naast militairen, de krijgsgevangenen die door de Japanners overal als dwangarbeiders werden ingezet, de Romusha’s (de Indonesische dwangarbeiders) en de burgers die omkwamen, ook de mensen die omkwamen als gevolg van de processen die na 15 augustus 1945 op gang kwamen. De strijd die daarna losbarst, kan je niet los zien van de capitulatie van Japan. Niet omdat de Japanners de Indonesiërs zouden hebben opgehitst, zoals sommige Nederlanders wel beweren. Maar omdat die gebeurtenis niet werkt als een lichtschakelaar: plotseling verandert donker in licht. Het is meer als een eerste dominosteen die omvalt, de rij stenen erachter worden ook omgeduwd. Soms gaat dat snel, soms gaat dat langzaam. Ik ben me dat het laatste jaar steeds meer gaan realiseren toen ik eerste generatie Molukse KNIL-militairen interviewde en er onlangs een presentatie over hield. De ene oom was krijgsgevangen op Tanimbar en merkte dat Japan had gecapituleerd omdat de bewakers ineens weg waren. Hij moest nog twee maanden wachten voordat hij werd opgehaald en weer als militair werd ingezet. Een andere oom was dienstplichtig en na de Japanse inval eerst terug naar zijn dorp gestuurd. Daarna werd hij weer opgeroepen als Romusha, de dwangarbeid werd bijna zijn dood. Ook hij werd na de capitulatie weer ingezet. Beiden hadden slachtoffers van de Japanse bezetting kunnen zijn, maar ook van de periode na 15 augustus 1945 toen zij in het KNIL tegen Indonesië vochten. De serie dominostenen die op 15 augustus werd omgeduwd, heeft hun leven behoorlijk veranderd. Komende 15 augustus zal ook dat in mijn gedachten zijn als ik denk aan al die mensen, die in de jaren veertig in Azië zijn omgekomen.  

Bijzetting aarde van ereveld Ambon bij Indisch Monument in 2008 door Sylvia Pessireron (bron: www.indieherdenking.nl)

Meer informatie over de historie van het Indisch Monument


Laatst bijgewerkt: 4 aug. 2017