Stichting Moluks Historisch Museum - de Collectieve Erkenning


Historie
Eind 2015 heeft staatssecretaris Van Rijn van het ministerie van VWS, in overeenstemming met het Indisch Platform, de Uitkeringsregeling Backpay ingesteld (zie MHM-Nieuwsbrief jan. 2016). Hij kondigde toen ook aan te willen werken aan een collectieve erkenning voor hetgeen in Indië plaatsvond. In zijn brief van 16 feb. 2017 heeft Van Rijn de Tweede Kamer geïnformeerd over de inhoudelijke contouren van de plannen van de collectieve erkenning. Recentelijk, op 11 aug. 2017, volgde de uitwerking daarvan in zijn tweede Kamerbrief.

Collectieve Erkenning en voor wie?
De Collectieve Erkenning kent drie onderdelen:
-    centrale ontmoetings- en herinneringsplek, de zgn. Indische pleisterplaats
-    herdenkingsactiviteiten
-    contextgebonden zorg

Deze Collectieve Erkenning is bedoeld voor de ongeveer twee miljoen Nederlanders die roots hebben in Nederlands-Indië, mensen “die zelf of waarvan de voorouders door oorlogsgeweld en na-oorlogse ontwikkelingen tot 1967 naar Nederland zijn gekomen” (citaat uit Kamerbrief van 16 feb. 2017). In de Kamerbrief van 11 aug. 2017 wordt dit nader toegelicht: “Wanneer in deze brief gesproken wordt van Nederlands-Indische gemeenschap, worden hiermee bedoeld onder andere de Indo-Europeanen, de Zuid-Molukkers en de Europese Indischen.” (citaat uit die brief). Met ‘Zuid-Molukkers’ wordt de hele Molukse gemeenschap in Nederland bedoeld.

Stichting Moluks Historisch Museum (MHM)
Stichting Moluks Historisch Museum beschikt over unieke collecties en ruime museale ervaring. Krachtenbundeling in de nieuw op te zetten Indische pleisterplaats als onderdeel van de Collectieve Erkenning ziet Stichting MHM als een kans om haar collecties en kennis te delen met een breed publiek. Daarom zit Stichting MHM nu in een fase van onderzoeken en verkennende gesprekken met het Indisch Herinneringscentrum, het Indisch Platform en de Rijksoverheid.


Lees ook: Nieuwsbrief september 2017



Laatst bijgewerkt: 11 sep. 2017