Het beeld van Pattimura 2017

Lezing van Hans Straver tijdens bijeenkomst ‘Zwart onder Oranje ontmoet Pattimura muda’ in het Amsterdam Museum dd. 20 mei 2017 (herzien)

Maurits Ver Huell, 20 mei 1817, gevecht bij Wai Sisil (Collectie Arnhems Museum) 

Dames en heren,

In de vroege morgen van 16 mei, afgelopen dinsdag precies tweehonderd jaar geleden, werd het fort Duurstede op Saparua overmeesterd door opstandelingen. Vandaag, 20 mei, is het tweehonderd jaar geleden dat ongeveer honderdtachtig Nederlandse militairen in de baai van Saparua een landing uitvoerden en langs het strand optrokken om het fort te heroveren. De opmars werd door de opstandelingen gestuit. Tijdens de terugtocht ontstond er op het strand bij het riviertje Wai Sisil paniek, een handgemeen en een bloedbad waarbij zo'n 150 militairen om het leven kwamen. Er staat tegenwoordig een monument ter herinnering aan deze dag.


Monument bij Wai Sisil (MHM/coll. J. Straver-Smulders)

Portret en standbeeld
De opstand wordt dit jaar op de Molukken herdacht met de gebruikelijke ceremonies en festiviteiten, maar ook met de onthulling op Saparua van een nieuw bronzen standbeeld van de leider van de opstand, Thomas Matulessy.

 
Pattimura-Monument Saparua 2017 (foto: Wim Manuhutu)

Het beeld van drieënhalve meter staat op een sokkel van tweeënhalve meter hoog. Het is vervaardigd in opdracht van het provinciebestuur en met medewerking en adviezen van de familie Matulessy in Haria.


Beheerder van het familiehuis Matulessy in Haria, 2010 (MHM/coll. J. Straver-Smulders)

De familie had op het oude beeld van Pattimura in Ambon veel kritiek gehad en de beheerder van het familiehuis had zelfs voor de beeldhouwer geposeerd toen er in 2008 een nieuw beeld werd geplaatst. Ook voor het nieuwe beeld op Saparua is de beeldhouwer afgegaan op zijn wensen en adviezen, en verder op het portret van Pattimura op het Indonesische bankbiljet van 1000 rupiah en op een 'foto' in het familiehuis (noot 1).


Indonesisch bankbiljet 1000 rupiah (niet meer in omloop)

Foto's van Matulessy bestaan natuurlijk niet. Wel tal van getekende of geschilderde afbeeldingen. Van al die tekenaars is er maar één die Matulessy ooit persoonlijk heeft ontmoet. Dat was Maurits Ver Huell, de commandant van het linieschip Admiraal Evertsen. Hij maakte van Matulessy een portretschets toen hij na zijn arrestatie op 12 november 1817 bij hem aan boord werd gebracht.

 
Links: Maurits Ver Huell, Thomas Matulessy, geschetst op 12 november 1817 (Collectie Arnhems Museum)
Rechts: Monument Pattimura, Ambon 2010 (MHM/coll. J. Straver-Smulders)

Wat valt ons op als we ernaar kijken? Om te beginnen het smalle postuur. Dat klopt met Ver Huells beschrijving van Matulessy. Hij was 'een man van ongeveer vier-en-dertig jaren oud, rijzig van gestalte, schraal van wezen', een lange, magere man. Voorts valt zijn uniform op. Ver Huell vertelt dat hij tijdens de opstand meestal een uniform met epauletten droeg, een hoed met pluimen en een sleepsabel opzij. Men had hem 'dikwijls te paard gezien, van eene bende scherpschutters omgeven'. En we zien een erbij gekrabbelde tekst: Tuwan Thomas Matulesija, Panhulu Parangan atas Poelo Hunimuwa, Noessa Laut, Ceram, Hila, Haruka dan Layen Jang berikot, opperhoofd der Rebellen (De heer Thomas Matulessy, bevelhebber op Saparua, Nusalaut, Seram, Hitu, Haruku enzovoorts, opperhoofd van de opstandelingen). Volgens Ver Huell was dit de titel die Matulessy had aangenomen (2).
Het portret vormt een contrast met de standbeelden in Ambon en Saparua. Daar zien we een man in een pose die onaantastbaarheid en strijdbaarheid suggereert. Een man zonder paard, uniform of epauletten, maar in een broek en hemd waarin hij zo van zijn dagelijks werk lijkt te komen. Een man zonder sleepsabel, maar met een klewang of een traditionele Molukse parang (kapmes) en salawaku (pareerschild).
Wanneer we tekening en beeld naast elkaar zien, lijkt het haast alsof we met twee verschillende personen te maken hebben: de Thomas Matulessy van de historische bronnen en de Kapitan Pattimura van de standbeelden.

De naam Pattimura
De naam Pattimura komen we al tegen in een besluit van 23 november 1817, kort na de opstand, waarin een spoedige berechting werd gelast van 'Thomas Matulessij (alias Pattij Moera), zijnde het opperhoofd der muitelingen geweest' (3).
Pattimura als alias voor Thomas Matulessy kreeg meer bekendheid toen Ambonse nationalisten in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw de herinnering aan de opstand van 1817 weer nieuw leven inbliezen. J. Latuharhary, voorman van de nationalistisch gezinde Sarekat Ambon, stelde dat Matulessy door het volk Pattimura werd genoemd. Hij karakteriseerde hem als een nationale held van Indonesië en noemde de gebeurtenissen van 1817 niet een opstand, maar een bevrijdingsoorlog (4) Deze visie op de opstand werd in 1950 overgenomen door aanhangers van de Republik Maluku Selatan (RMS: Republiek der Zuid-Molukken), die Pattimura uitriepen tot een nationale held van het Molukse volk en 15 mei tot de nationale dag van de RMS (5).


M. Sapija, Sedjarah Perdjuangan Pattimura

In 1954 publiceerde Sapija, een officier van het TNI, het Indonesisch Leger (Tentara Nasional Indonesia), het boek Sedjarah Perdjuangan Pattimura (Geschiedenis van de strijd van Pattimura). Hij had onderzoek gedaan naar het voorgeslacht van Matulessy en ontdekt dat zijn grootvader de titel Pattimura (patih: vorst; murah: grootmoedig) had gedragen. Daarom kwam deze voorouderlijke titel ook toe aan zijn kleinzoon (6).
Op gezag van Latuharhary, Sapija en andere nationalistische geschiedschrijvers werd Matulessy in 1973 niet onder zijn naam, maar onder de gezaghebbende titel Kapitan Pattimura tot pahlawan nasional (nationale held) verklaard. De benaming is daarna zowel in Indonesië als in Nederland algemeen gangbaar geworden.
 
Laatste woorden
De subtitel van Sapija's boek over Pattimura was Pahlawan Indonesia (Een Indonesische held). Om de lezer ervan te overtuigen dat Pattimura voor het Indonesische volk had gestreden, deed hij in de passages over zijn laatste woorden enkele beweringen die we tegenwoordig, met dank aan de Trump-regering, 'alternatieve feiten' noemen.
Nadat Matulessy door de Raad van Justitie tot de strop was veroordeeld, werd het vonnis voltrokken op 16 december. Sapija vertelt dat Pattimura, voordat hij het schavot beklom, een blik op de Nederlandse hoge heren wierp en een korte verklaring aflegde waarin hij voorspelde dat er na de dood van de oude Pattimura's altijd jonge Pattimura's zullen opstaan (7) In een voetnoot stelt Sapija dat deze voorspelling uitkwam in november 1945, toen jonge Molukkers in Surabaja zich aansloten bij de Pemuda Republik Indonesia (jongeren van de Indonesische Republiek) om deel te nemen aan de onafhankelijkheidsstrijd.


Monument Pattimura, Ambon 2010, tekstplaquette (MHM/coll. J. Straver-Smulders)

Pattimura's voorspelling wordt tegenwoordig geciteerd op de tekstplaquette van het monument in Ambon: '... beta akan mati ... tetapi nanti akan bangkit pattimura-pattimura muda, yang akan meneruskan beta punya perjuangan ...' (Ik zal sterven, maar er zullen jonge pattimura's opstaan die mijn strijd voortzetten.) Voor de duidelijkheid: in negentiende-eeuwse historische bronnen is de uitspraak niet te vinden.
Volgens Sapija liep Pattimura daarna rustig naar de galg en bracht hij, na een kort gebed, met heldere stem zijn laatste boodschap: 'Selamat tinggal saudara-saudara.' (Het ga u goed, broeders.) (8). Sapija geeft zelf aan dat deze uitspraak ook niet gebaseerd is op de historische bronnen. Onder aan de pagina plaatste hij namelijk de volgende voetnoot: 'Utjapan aslinja: Selamat tinggal Tuan-tuan!' (Zijn oorspronkelijke verklaring luidde: Het ga u goed, heren.) Zo staat het inderdaad in Ver Huells reisverslag. Sapija heeft Matulessy's afscheidswoorden zonder meer vervangen door Pattimura's verklaring van broederliefde. In de beeldvorming is ze wel blijven hangen. Bijvoorbeeld in dit schilderij waarop Pattimura en zijn strijdmakkers worden afgebeeld als een 'band of brothers'.


Pattimura en medestrijders (Museum Siwalima, Ambon)

Pahlawan-industrie
Het boek van Sapija was een van de eerste biografieën van pahlawan nasional (nationale helden). Het is een titel die vanaf 1959 per presidentieel decreet wordt toegekend aan Indonesiërs die zich strijdvaardig en vastberaden hebben ingezet voor de vrijheid en de eenheid van het volk en zich hebben onderscheiden door een hoogstaande levenshouding. Onder het regiem van Soeharto werd de cultus van nationale helden van overheidswege krachtig gestimuleerd. Er kwam een stroom van biografieën op gang waarin grootheden uit geheel Indonesië aan de natie ten voorbeeld worden gesteld. Men spreekt in dit verband wel van een 'pahlawan-industrie' (9).


Pahlawan-industrie

Sapija's Sedjarah Perdjuangan Pattimura vertoont veel kenmerken van dit genre biografieën. Zo presenteert hij afkomstgegevens uit familie- en dorpsgeschiedenissen, bronnen die nu eenmaal vaak controverses oproepen. De christelijke afkomst van Pattimura wordt bijvoorbeeld betwist door moslim Molukkers die zich op informanten uit Hualoi (Seram) beroepen. Dit type conflict blijft bij gebrek aan controleerbare bronnen lang voortwoekeren en kan bestaande maatschappelijke spanningen behoorlijk aanjagen.
Kenmerkend is ook de manier waarop Sapija met de historische bronnen omgaat. Hij was aangewezen op overwegend Nederlandse bronnen die hij bij voorbaat wantrouwde. Natuurlijk hebben Nederlandse bronnen en geschiedschrijvers ook de nodige alternatieve feiten in omloop gebracht. Een historicus zou moeten onderzoeken in hoeverre bronnen als betrouwbaar en geloofwaardig kunnen worden beschouwd. Sapija was echter geen historicus, maar een militair. In plaats van de bronnen te onderzoeken maakte hij er selectief gebruik van: hij koos gegevens en citaten die hem van pas kwamen, en schoof andere gegevens als eenzijdig en partijdig terzijde. Ook veroorloofde hij zich grote vrijheden bij de interpretatie van gegevens. En zoals we hebben gezien, schrok hij er niet voor terug om alternatieve feiten uit zijn mouw te schudden als hij dat nodig vond.
De pahlawan-literatuur is een genre waarin het doel de middelen heiligt. Dat doel was het bevorderen van de natievorming in de eenheidsstaat die in augustus 1950 definitief zijn beslag kreeg en ook op de Molukken werd doorgevoerd nadat de Republik Maluku Selatan (Republiek der Zuid-Molukken) was verslagen. De opstand van 1817 kreeg vanzelfsprekend een prominente plaats in de geschiedenis van de Molukken (10).


Kapitan Pattimura en Christina Martha Tiahahu, Molukse nationale helden (MHM/coll. J. Straver-Smulders)

Kapitan Pattimura en Christina Martha Tiahahu werden tot pahlawan nasional verklaard. Hun uitverkiezing droeg de gedachte uit dat ook de christenen op de Ambonse eilanden zich tegen de Nederlandse overheersing hadden verzet en dat de Molukse christenen en moslims beiden een onlosmakelijk deel van de Indonesische natie uitmaken (11).

Het imago van Pattimura
Intussen is het imago van Molukse nationale helden die zich onderscheiden door hun onbedwingbare semangat perdjuangan (strijdvaardigheid), een eigen leven gaan leiden. Zij fungeren als rolmodel voor nieuwe generaties, Pattimura voor de mannen en Christina Martha voor de vrouwen. Als zodanig is Pattimura niet meer weg te denken uit het publieke leven. Op Ambon is Kodam XVI, het regionale legerkorps, naar Pattimura genoemd, en zo ook het vliegveld, de universiteit, de hoofdstraat en het park met Pattimura's standbeeld. Tijdens de jaarlijkse Pattimura-dag op 15 mei vinden ceremoniële herdenkingen en festiviteiten plaats, waar de gezagsdragers een beroep op de jongeren doen, niet om zich tegen nieuwe vormen van onderdrukking te verzetten, maar om zich in te zetten voor de pembangunan (opbouw) van Indonesië.


Pattimura in de media

Ook uit de media is Pattimura niet weg te denken. Zijn imago van pahlawan nasional wordt gepopulariseerd in kranten en tijdschriften, strips en kinderboeken, op internationale, nationale en lokale websites, op social media en er wordt gewerkt aan een Pattimura game.


Pattimura muscle competition


Op Ambon is de nieuwste vrucht van deze fun-cultuur de Pattimura Muscle Competition.
Hoe is het intussen gesteld met de beeldvorming in Nederland?


Theatergroep Deltadua, Kruit!, 2015


In 2015 bracht theatergroep Deltadua de voorstelling Kruit! op de planken. Het stuk gaf een interessante aanzet tot discussie over het imago van Pattimura en de beeldvorming van het koloniale verleden.
Toch zijn alternatieve feiten ook hier nog springlevend. Jan Tomasowa betreedt dit jaar allerlei podia met zijn boek Pattimura, waarin hij lustig met alternatieve feiten strooit (12). Ik zeg er direct bij: dat mag, want hij presenteert het als een roman.


Ewald Vanvugt, Roofstaat, 2016


Wie het niet zou mogen doen, is Ewald Vanvugt in zijn succesvolle antikoloniale geschiedenisboek Roofstaat (13). Hij besteedt aan de opstand op Saparua ongeveer twee pagina's vol alternatieve feiten. Zo dateert hij de bestorming van fort Duurstede niet op 16 mei 1817, maar op 14 mei. Hij vertelt dat er daarna 250 manschappen naar de baai van Saparua werden overgebracht en dat er na de landing ruim 350 manschappen sneuvelden. Het laatste gevecht bij Ulat en Ouw, volgens de historische bronnen op 11 november, vond volgens Vanvugt begin december plaats en Saparua werd volgens hem niet in november onderworpen, maar pas in 1818. Hij vertelt dat Pattimura een 'rijzige gestalte' had, maar beweert ook dat hij 'een vastberaden, ernstig gezicht' had. Bovendien zou hij 'een uitmuntend schutter en zeer bedreven in het hanteren van klewang en bajonet' zijn geweest.

Historische bronnen
Dit herdenkingsjaar is Stichting Moluks Historisch Museum in haar Nieuwsbrief begonnen met een rubriek waarin 'jonge Pattimura's' vertellen wat Pattimura voor hen betekent. Ik denk dat veel jongeren ook meer van de historische Matulessy zouden willen weten, maar helaas bestaat er op dit moment geen betrouwbare populair-wetenschappelijke biografie over hem. Om dit gemis enigszins te compenseren, wil ik uw aandacht vestigen op de bronnenpublicatie Bronnen betreffende de Midden-Molukken 1796-1902, die in het afgelopen jaar online is gezet door het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (14). Op deze website zijn onder meer alle Nederlandse en Engelse documenten te vinden die op de opstand van 1817 betrekking hebben. Ik geef u enkele voorbeelden van de vele gegevens die in deze bronnenpublicatie te vinden zijn.
Het document 1813-09-08 is een verslag waarin Matulessy zelf niet wordt genoemd, maar dat gaat over het door de Engelsen opgezette Ambonees korps waarin hij onderofficier was (15). In september 1813 werd dat korps op Gorom, een eiland aan de oostpunt van Seram, ingezet bij een aanval op het dorp Kataloka. In een rapport van 8 september beschrijft de Engelse luitenant J. Orchard hoe de aanval mislukte. De vijand had zich verschanst achter palissaden, muren van koraalsteen en in greppels, was verborgen in een ondoordringbare jungle en gaf een moorddadig vuur af, terwijl het korps geen enkele manoeuvreerruimte had. Orchard blies de aftocht voordat de aanval zo catastrofaal kon aflopen als vier jaar later de Nederlandse landing bij Wai Sisil. Het moet voor Matulessy een leerzame ervaring zijn geweest om te zien hoe de aanval van een professioneel leger kon worden afgeslagen. Hij heeft die lessen bij de verdediging van Saparua toegepast, en bij de eerste Nederlandse aanval op 20 mei met doorslaand succes.
Hoe het er in het kamp van de opstandelingen aan toeging, wordt beschreven in een uniek ooggetuigeverslag van Hendrik Risakotta, de onderwijzer van Porto. De Maleise tekst en een Nederlandse vertaling zijn te vinden in document 1817-11-13 (16).


Maurits Ver Huell, Aanval op Zeelandia (Collectie Museum Arnhem)


Uit zijn rapport blijkt dat de eensgezindheid in deze fase van de opstand nog ver te zoeken was. Al op 18 mei, twee dagen na de aanval op Duurstede, gaf Matulessy de hoofden van het eiland Haruku bevel om op dat eiland het fort Zeelandia te bestormen en in de erop volgende dagen dirigeerde hij ruim driehonderd extra manschappen naar Haruku. Op 22 mei kwamen enkele hoofden en schoolmeesters van Haruku naar Saparua voor instructies van Matulessy. Risakotta schrijft: 'Dija pukol diawrang indja mamakij dengan segala perkataan jang kotor'. (Hij sloeg en schopte hen, met allerlei vuile scheldwoorden.) Op 27 mei herhaalde dit tafereel zich met de hoofden van Pelau, Hulaliu en Kailolo. In juni, nadat de aanvallen op Zeelandia waren afgeslagen, kwamen de hoofden met de boodschap dat de bevolking van de dorpen Haruku en Samet, vlak bij Zeelandia, gevraagd had om vrede te sluiten. Ook nu werden de boodschappers volgens Risakotta bijzonder agressief bejegend.
Zo'n getuigenis past natuurlijk niet bij het beeld van heldhaftig leiderschap en eensgezinde strijdvaardigheid dat nationalistische geschiedschrijvers uitdragen. Meestal worden zulke historische bronnen door hen genegeerd of als ongeloofwaardig gekwalificeerd.

Het doel van de opstand
Tenslotte noem ik twee documenten die betrekking hebben op de redenen van de opstand. In de maand juli leek er een kans op onderhandelingen te zijn. De eerste bijeenkomst vond plaats in de baai van Tuhaha, maar werd door de Nederlandse officieren voortijdig afgebroken omdat zij zich niet veilig voelden. De klachten waarover de onderhandelingen hadden moeten gaan, zijn wel bewaard. Het document 1817-05-29 03 bevat de Nederlandse vertaling van dertien door Matulessij opgestelde punten van beklag (17). Het document 1817-07-21 09 bevat een bijlage met een Nederlandse vertaling van achttien punten van beklag die door hoofden van Saparua, Haruku, Nusalaut en Seram naar voren waren gebracht (18).
Dit is niet de gelegenheid om de hele lijst met klachten door te nemen. Maar Matulessy's lijst met klachten eindigt met een goede samenvatting van wat de opstandelingen wilden bereiken:

Wil het Hollands bestuur ons regeeren, dan moet het dat doen rechtvaardig en goed, zooals de Engelsen het deden, die hunne beloften hielden. Maar wat het Hollands bestuur aangaat, indien het ons niet regeeren wil als zij, dan zullen wij het tot in eeuwigheid weerstaan.

In de nationalistische beeldvorming rond Pattimura wordt het doel van de opstand meestal als veel radicaler voorgesteld. Het zou de opstandelingen zijn gegaan om de vrijheid van het Indonesische, of in elk geval het Molukse, volk. Daar blijkt in deze historische bronnen weinig van.
Het is in dit verband interessant om even kort stil te staan bij twee andere opstanden die in deze periode op de Molukken plaatsvonden en uitgesproken politieke doelstellingen hadden. In 1780 begon prins Nuku van Tidore een langdurige guerilla. Het ging hem om het herstel van de vroegere onafhankelijkheid van Tidore en dat lukte hem uiteindelijk in 1801 toen hij door de Engelsen als sultan van een onafhankelijk Tidore werd erkend. In 1796, toen de Engelsen de macht op Ambon overnamen, begon vanuit het dorp Hitulama een opstand op het schiereiland Hitu. Nederlanders in Hila en Hitulama werden overvallen en vermoord, evenals de hoofden van de christelijke dorpen Alang en Liliboi. Het doel van deze opstand was het herstel van de politieke onafhankelijkheid van Hitu zoals die aan het begin van de zeventiende eeuw had bestaan. Maar de Engelsen maakten aan het herstel van een zelfstandig Hitu snel een eind.
De opstand op Saparua had dus heel andere doelstellingen dan de strijd voor het herstel van de vroegere onafhankelijkheid op Tidore of op Hitu. Vanuit nationalistisch perspectief krijgen zulke verschillen weinig aandacht. Verzet tegen de koloniale onderdrukking, dat is waar het op aankomt. Maar zo'n benadering doet de historische werkelijkheid tekort.

Dames en heren,
Vandaag tweehonderd jaar geleden lag het strand bij Wai Sisil om deze tijd nog bezaaid met doden. Ze werden op bevel van Matulessy een dag later, op 21 mei, begraven door mensen van Nusalaut. Er zou tussen mei en december nog veel geweld volgen. Het zijn gebeurtenissen uit de gezamenlijke geschiedenis van Nederlanders en Molukkers. We zouden geen genoegen moeten nemen met geschiedverhalen die op alternatieve feiten zijn gebaseerd, maar ons vanuit een onderzoekende houding een eigentijds beeld van deze geschiedenis moeten vormen.

Noten

Noot 1: http://kilasmaluku.fajar.co.id/2017/05/05/patung-pattimura-di-saparua-terbuat-dari-perunggu-ini-jumlah-biayanya/.
Noot 2: Q.M.R. Ver Huell, Herinneringen van eene reis naar de Oost-Indiën. dl. I. Haarlem: Vincent Loosjes, 1835, p. 243.
Noot 3: Bronnen betreffende de Midden-Molukken 1796-1902, 1817-11-23 3: Besluit schout-bij-nacht commissaris-generaal Buijskes 23 november 1817 no. 90, Ambon. Te raadplegen via https://www.huygens.knaw.nl/bronnenpublicatie-bronnen-betreffende-de-midden-molukken-1796-1902-online/.
Noot 4: J. Latuharhary, Azab Sengsara Kepoeloean Maloekoe, Makassar 1931. In Engelse vertaling geciteerd in R. Chauvel, Nationalists, soldiers and separatists. The Ambonese islands from colonialism to revolt 1880-1950. Leiden: KITLV Press, 1990, p. 145.
Noot 5: R. Chauvel, Nationalists, soldiers and separatists. The Ambonese islands from colonialism to revolt 1880-1950. Leiden: KITLV Press, 1990, p. 369.
Noot 6: Dat een voorvechter de titel van een voorouder draagt, is niet ongebruikelijk. Zo komt Paulus Tiahahu, de vader van Christina Martha Tiahahu, een enkele keer in de bronnen voor als 'Tapiewakka', een verbastering van Tabiwakan Tiahahu, de naam van een legendarische voorvechter uit zijn geslacht. Zie Bronnen betreffende de Midden-Molukken 1796-1902, 1818-02-09: Besluit schout-bij-nacht commissaris-generaal Buijskes 9 februari 1818 no. 199, Ambon. Te raadplegen via https://www.huygens.knaw.nl/bronnenpublicatie-bronnen-betreffende-de-midden-molukken-1796-1902-online/.
Noot 7: M. Sapija, Sedjarah Perdjuangan Pattimura. Pahlawan Indonesia. 4e dr. Djakarta: Penerbit Djambatan, 1960, p. 198.
Noot 8: M. Sapija, Sedjarah Perdjuangan Pattimura. Pahlawan Indonesia. 4e dr. Djakarta: Penerbit Djambatan, 1960, p. 199.
Noot 9: H.A.J. Klooster, Indonesiërs schrijven hun geschiedenis. De ontwikkeling van de Indonesische geschiedbeoefening in theorie en praktijk, 1900-1980. Dordrecht: Foris, 1985, p. 138-141.
Noot 10: Zie bijvoorbeeld R.Z. Leirissa, Maluku dalam Perjuangan Nasional Indonesia. Jakarta: Universitas Indonesia, Fakultas Sastra, Lembaga Sejarah, 1975; H. Luhukay, H. Usmany & J.A. Pattikayhattu, Pahlawan Nasional Thomas Matulessy Kapitan Pattimura. Ambon: Lembaga Kebudayaan Daerah Maluku, 1997; I.O. Nanulaitta, Kapitan Pattimura. Jakarta: DPdK, Direktorat Sejarah dan Nilai Tradisional, Proyek Inventarisasi dan Dokumentasi Sejarah Nasional, 1985; J. Pattikayhatu, en S. Kutoyo, Sejarah Perlawanan terhadap Imperialisme dan Kolonialisme di Daerah Maluku. Jakarta: Proyek Inventarisasi dan Dokumentasi Sejarah Nasional, Direktorat Sejarah dan Nilai Tradisional, Departemen Pendidikan dan Kebudayaan, 1981.
Noot 11: Zie Ben van Kaam, Ambon door de eeuwen. Baarn: Anthos, 1977, p. 11-37.
Noot 12: Jan Tomasowa, Pattimura. Opstand van de paradijsvogels. Soesterberg: Aspekt, 2017.
Noot 13: Ewald Vanvugt, Roofstaat. Wat iedere Nederlander moet weten. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar / Top Notch, 2016 p. 394-396.
Noot 14: http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/middenmolukken17961902/#page=0&accessor=toc&view=homePane.
Noot 15: VERSLAG VAN HET GEVECHT OP GOROM. Luitenant J. Orchard, deelnemer aan gevecht op Gorom, aan waarnemend secretaris van de residentie (vaandrig Gale), Ambon, 8 september 1813. Chris van Fraassen wees mij op het belang van dit document.
Noot 16: 1817-11-13: VERSLAG VAN DE SCHOOLMEESTER VAN PORTO OVER DE OPSTAND. Verslag van onderwijzer van Porto (Risakotta) over de opstand van 1817, Porto, 13 november 1817.
Noot 17: 1817-05-29 03: OPGAAF VAN REDENEN VAN DE OPSTAND. Door Thomas Matulessij opgestelde punten van beklag over het herstelde Nederlands bestuur, Saparua, 29 mei 1817.
Noot 18: 1817-07-21 09: KAPITEIN GROOT OVER ZIJN VERRICHTINGEN TE SAPARUA. Rapport van kapitein-ter-zee Groot, commandant van de Maria Reijgersbergen, aan kapitein-ter-zee J. Sloterdijk, commandant der zeemacht in de Molukken, aan boord van de Maria Reijgersbergen liggend voor Nolot, 21 juli 1817, bijlage O (Hoofden der opstandige negorijen aan kapitein-ter-zee J. Groot en overige officieren aan boord der schepen voor de kust van Saparua, Hatowano (Nolot), 20 juli 1817).

Meer weten over de Molukse geschiedenis van 1450-1950? Ga naar Vensters op de Molukse geschiedenis



Laatst bijgewerkt: 14 juni 2017