"Als er ergens een deur dicht gaat, gaat er ergens anders wel weer een raam open"


Als Sara de Weerd-Walakutty haar levensverhaal vertelt, speelt haar moeder daarin een belangrijke rol. Een moeder die hoort bij de generatie Molukse vrouwen die enorm veel hebben meegemaakt en er desondanks in slaagden er het beste van te maken en een krachtig rolmodel te zijn voor hun kinderen. “Zij was diegene die vorm gaf aan ons thuis. Papa vond dat prima.”

Dit interview is het laatste in de serie ‘Wat is thuis?' van beeldend kunstenaar en fotograaf Anneke Savert. Stuk voor stuk bijzondere verhalen waarbij de geïnterviewden met grote openheid hun persoonlijke geschiedenis vertellen.



Sara met voorouderbeeldje uit Tanimbar (foto Anneke Savert)

Sara de Weerd-Walakutty is in 1946 geboren in Makassar als kind van een KNIL-militair. Haar moeder was weduwe. Haar eerste man met wie ze twee dochters had, was tijdens de oorlog door de Japanners onthoofd. Sara is de oudste dochter uit het tweede huwelijk.
Toen het gezin in 1951 naar Nederland vertrok, moest moeder haar dochter Deborah, die ziekelijk was en op Ambon woonde, achterlaten. Pas na 23 jaar zou ze Deborah terugzien. “Voor mijn moeder was dat heel erg zwaar, ook vanwege de omgeving waarin zij in haar tweede huwelijk moest leven. Zij kwam in die koloniale samenleving van destijds uit een ander milieu. Haar vader was zendingswerker en landbouwer en haar broer was zakenman, gelijkgesteld aan Europeanen. Mama moest aarden in een gemeenschap van militairen en hun echtgenotes en dat waren heel andere mores dan zij gewend was. Mijn tante Ati, zus van mijn moeder die bij de Indonesische overheid op Java werkte, zei bij vertrek tegen mijn moeder: 'Lo, je denkt dat je tijdelijk vertrekt en dat je voor een kort verblijf naar Nederland gaat, maar geloof me, jullie komen niet meer terug als groep. Ik voel het.' En voor de meeste vrouwen die mee gingen - ik spreek hier alleen even over de vrouwen - is het geen keuze geweest. Want als vrouw van een militair volg je je man bij zijn overplaatsing. Later in mijn persoonlijke leven ervoer ik zelf hoe dat gaat (mijn man zat bij de Marine).”

Het gezin Walakutty kwam terecht in Graetheide (Geleen).  Sara: “Foto’s uit de beginperiode in Nederland tonen een doodongelukkige moeder. Zij was een vrije, onafhankelijke vrouw. Ik denk dat elk mens het gevoel moet hebben van een eigen identiteit en plaats in het leven. Dat paste ook helemaal bij mijn moeders familie. In Nederland heeft ze dat goed omgezet, dat strijdbare. Zij verzette zich fel tegen de bevoogding die we kregen via het CAZ. Niks meisjes huishoudschool en jongens ambachtschool! Dat ongebondene dat ze heel sterk had, heeft heel duidelijk onze opvoeding gekleurd.”


Mevr. Walakutty spreekt op 25 april 1952 als voorzitter van de kerkelijke vrouwenvereniging de bewoners van Kamp Graetheide toe (coll. Sara de Weerd-Walakutty)

“Gelukkig had mijn vader werk. Hij ging vrij snel in de steenfabriek van Geleen werken, dus was er een beetje geld. Mijn moeder was al heel snel thuis in de Nederlandse omgeving en kon daardoor anderen helpen hun weg te vinden in de nieuwe situatie. De meeste tantes en ooms spraken geen Nederlands. Mama moest dus heel vaak vertalen of tolken. Bizarre dingen maakte je mee. Bijvoorbeeld als mensen gingen winkelen kwamen ze pas na veel handen-, en voetenwerk uiteindelijk met de juiste spullen thuis. Mama was al vrij snel voor anderen bezig. Dat is tot aan haar dood zo gebleven. Dat hebben we als kinderen niet altijd even fijn gevonden. Ze nam ook tijd voor ons, maar haar inzet voor de gemeenschap was erg groot.”


Speech door H. Walakutty tijdens een vlagceremonie in Elzenpasch (MHM/coll. Pasanea)

In 1953 verhuisde het gezin naar De Elzenpasch (Tiel), waar vader kampoudste werd. Hij werkte bij de glasfabriek in Leerdam. “Mijn moeder was de spil in ons gezin, hoewel zij er ook vaak niet was. Ze verdiende bij op de veiling in Geldermalsen, bij Daalderop in Tiel en in de Tielse horeca. Ze caterde ook voor de gemeente, onder andere bij B&W. Zeker op latere leeftijd was mijn moeder vaak op sjouw voor anderen, ook in haar functie bij het Leger des Heils.”


Sara met een fotokopie van de familie bij de vlag van het Leger des Heils in de Legerzaal op Plein '53 in Tiel: vader en moeder Walakutty, zus Maria, broertjes Panus en Simon, heilsofficier en Sara zelf  (foto Anneke Savert)

“Mijn moeder was één van de eerste vrouwelijke theologiestudenten bij de GIM. Ze was afgestudeerd als predikant maar kon niet worden beroepen omdat ze vrouw was. Ze kreeg zelfs geen toestemming om te preken. Maar ze schreef vaak preken voor de eredienst in de Molukse kerk in Tiel. Toen heeft zij zich actief ingezet voor het Leger des Heils en is ze ook plaatselijk officier geworden. Ze kende het Leger des Heils nog van Ambon. Het Leger was meer sociaal-maatschappelijk gericht en wil tegelijkertijd volop kerk zijn. Daarin voelde zij zich thuis.
Later in de woonwijk werd zij regelmatig gevraagd om ondersteuning te geven bij catechisatie, zondagsschool en preken. Niet dat ze op de kansel mocht, maar ze hielp met een preek opzetten en dergelijke. Zij zei altijd: 'Als er ergens een deur dicht gaat, gaat er ergens anders wel weer een raam open.' Ze was een vraagbaak. Ze was er niet alleen voor ons kinderen, maar voor de hele gemeenschap. Niet alleen om te vertalen, maar ook om adviezen te geven. Als een mediator tussen de Molukse en Nederlandse gemeenschap.
In Tiel in de jaren '70 tijdens de Molukse acties heeft ze veel goed werk verricht, onder andere ook als vraagbaak voor de gemeente. Jarenlang vervulde zij een brugfunctie tussen Nederlanders en Molukkers in Tiel. Zij is uiteindelijk voor al haar werk op kerkelijk en maatschappelijk gebied koninklijk onderscheiden in de Orde van Oranje Nassau. Op 10 februari 1985 ontving zij bij haar afscheid als plaatselijk officier van het Leger des Heils de erelegpenning van de gemeente Tiel. Wat waren wij trots op haar!”
 

Rubriek 'Behaalde diploma's' in Pertemuan met MULO-diploma van Sara, 1963, nr. 9

Dankzij volhardendheid van haar moeder, mocht Sara naar de MULO en daarna volgde ze een opleiding voor kleuterleidster in Arnhem. Samen met Martina Latumahina, ook uit de wijk, woonde ze doordeweeks bij een Nederlands gezin in huis. “Bij oom Cees en tante An Goedhart voelden we ons thuis. Ze hebben zelfs een piano voor ons aangeschaft. Vooral mijn moeder was daar blij mee. In haar jonge jaren op Ambon maakte zij al kennis met de piano bij een Nederlands gezin. Er moest altijd muziek zijn. Iedereen speelde iets bij ons thuis. Piano, accordeon, gitaar en ukelele. Muziek is ook thuis. Daarom, waar je ook bent, als er een piano is, dat is voor mij heel belangrijk. Toen mijn man en ik in Brussel gingen wonen (1994-1997) hebben we daar ook meteen een piano aangeschaft.”

“Wat heel veel indruk heeft nagelaten, is dat ik als Moluks meisje vanuit mijn thuissituatie veel mogelijkheden heb gekregen om de dingen te doen die ik leuk vind. Ik voel me een zondagskind: op pianoles, naar de MULO gaan. Voor het Leger des Heils heb ik ook veel mogen doen. Ik had het gevoel dat we als Molukkers extra aandacht kregen om datgene te bereiken wat je wilde bereiken. Ik geloof dat die eerste 15 jaar in Nederland bepalend zijn geweest voor wat ik nu ben. Dat heeft veel te maken met educatie. Ik heb de mogelijkheid gekregen in Nederland. En ook genomen. Dat is de geest die op de één of andere manier van mijn moeder is uitgegaan. Je schouders eronder zetten. Dan zijn er geen belemmeringen. Dan kun je alles bereiken en je overal thuisvoelen.”

“Mijn moeder vertelde ons dat haar vader altijd zei: 'Heel veel dingen zijn bruikbaar. Maar zaken die jou kunnen belemmeren in je ontwikkeling, gooi die overboord. Die heb je niet nodig!' Zo zijn wij opgevoed. Gebruik je volle verstand en gebruik ook je hart. Dat heeft weer te maken met de verbondenheid die je hebt met je “bangsa”. Met de mensen waarmee je gereisd hebt vanaf de tangsi, en vanaf de tangsi op de boot naar Nederland. We hebben heel wat meegemaakt. Dat is onze geschiedenis. Die geschiedenis mag je nooit, nooit vergeten. Die moet je bij je dragen. Altijd. Maar verder moet je hier in Nederland de mogelijkheden die je krijgt gebruiken. Gebruik je talent.”

Lees het hele interview