De veerkracht van Geluk en lot

Column door Fridus Steijlen

Het is weer oktober, de Maand van de Geschiedenis, dus organiseert Stichting Moluks Historisch Museum een activiteit in Bronbeek tijdens de Week van de Koloniale Geschiedenis. De organisatie van de Maand van de Geschiedenis bedenkt elk jaar een overkoepelend thema. Dat moet altijd voldoende breed zijn om allerlei uiteenlopende activiteiten onder te kunnen scharen. Dit jaar is het thema ‘Geluk’. Geluk en lot liggen dicht bij elkaar. Daarom heeft Stichting Moluks Historisch Museum het thema ‘Lot’ toegevoegd. Een lot kan gelukkig zijn, of niet-gelukkig. Geluk kan het gevolg zijn van voorbestemming of van toeval, dus van lot. Maar wat maakt de verbinding van geluk en lot interessant?
Zoekend naar toepassingen van ‘geluk en lot’ voor de Molukse geschiedenis, schiet mij toch als eerste het ‘lot’ van de eerste generatie te binnen. Het lot bracht hen op de boot naar Nederland en niet thuis naar de Molukken. Dat dat door een groot deel van de eerste generatie ook als een soort ‘beproeving’ (ook een lot) werd gezien, kunnen we opmaken uit verhalen en observaties uit die beginjaren. Tamme Wittermans deed in de jaren vijftig onderzoek in onder andere Schattenberg en Vught. Hij beschrijft hoe ballingschap, als lot, vergelijkbaar met het dolende volks Israël een geliefd thema was. Men sprak over ‘djaman sengsara’, een tijd van beproeving, wat refereert aan een lotsbestemming. Dat zware lot werkte ook door in de momenten dat een mens eigenlijk vooral bezig moet zijn met ‘geluk’. Zo beschrijft Wittermans hoe in woonoord Almere een voorzitter van de kampraad wilde verbieden dat er op een huwelijk werd gedanst. Dansen paste immers niet in de beproeving die de gemeenschap in Nederland en de door Indonesië bezette Molukken, moesten doorstaan. Uiteindelijk werd er wel op de bruiloft gedanst en werd plezier gemaakt, creëerde men gelukkige momenten ondanks de beproeving, ondanks het lot (noot 1).


Bruiloft van J. Snell en N.E. Matitaputty in woonoord Almere (Huizen), 1955 (MHM/coll. J.C. Tomasila-Snell)

Als we dat lot van de eerste generatie verbinden aan de positie van de tweede of derde generatie, moet ik denken aan het monument dat in de wijk in Moordrecht staat. Dat monument werd door de tweede generatie opgericht uit respect en dank voor de eerste generatie. Als hommage omdat hetgeen de tweede en latere generaties hebben bereikt, te danken is aan de offers die de eerste generatie had gebracht. Het lot van de eerste generatie werkte door in de toekomst en carrières van de latere generaties. Of die latere generaties geluk hebben gehad omdat het lot hun (voor)ouders naar Nederland bracht, is moeilijk te zeggen. Dat zal per persoon anders liggen, en vermoedelijk ook variëren per tijd. Maar dat het lot van een generatie doorwerkt in de volgende generaties staat buiten kijf.
Die lotsverbondenheid tussen generaties wordt ook mooi verwoord door acteur en muzikant Joenoes Polnaija in de voorstelling ‘Dengar’ (Luister) die hij met regisseuse Fiona Kelatow maakte. Eén belangrijk thema in die voorstelling is de strijd van zijn vader, een van de gijzelnemers in de school in Bovensmilde in 1977. Op een gegeven moment refereert Joenoes aan de recente discussie over de beëindiging van de acties, en dat het de bedoeling was dat geen van de gijzelnemers zou overleven. “Als dat was gebeurd, dan had ik hier nu ook niet gestaan”, constateert hij. Maar ook: als het ideaal van zijn vader was verwezenlijkt bevond hij zich nu ergens op een eiland. Het is maar hoe je ernaar wilt kijken of de afloop van de acties in de jaren zeventig het lot van Joenoes bepaalde en of dat voor hem een geluk was.
Er is iets anders, belangrijkers te leren uit het verhaal van Joenoes. Een tweede thema in Joenoes’ voorstelling ‘Dengar’ is hoe hij zijn ambities en dromen om muzikant te worden waarmaakte, ondanks dat zijn leraren hem op school hadden gezegd niet te dromen. Ga een vak leren in plaats van fantaseren, hadden ze hem voorgehouden.
In dat zichzelf waarmaken, in dat realiseren wat je zelf wilt, zit voor mij de link tussen lot en geluk. Door zelf aan de slag te gaan en wegen te zoeken om ambities waar te maken, werd veerkracht getoond om met het lot om te gaan en het om te buigen naar geluk. Een focus op alleen geluk en lot voor de Maand van de Geschiedenis is onvoldoende, het mist denk ik een verbindend element. En dat is die veerkracht, dat is wat mensen zelf met het lot doen en hoe zij hun eigen geluk creëren.

Noot 1: Begintijd pg 67-68

 

Laatst bijgewerkt: 29 sept. 2017